pvda rood zwart201 62kopie

Schriftelijke vragen artikel 46 RvO over Zorgen bij Veilig Thuis en Zorg voor Jeugd. (2)

PvdA fractie logoGeacht college,
Sinds de nieuwe inrichting van Veilig Thuis en Zorg voor Jeugd zijn er veel verontrustende berichten bij ons binnengekomen over o.a. de toegepaste werkwijze, slechte communicatie en klachten afhandeling van deze organisaties. Deze berichten komen van huisartsen, scholen, ouders, de raad voor de Kinderbescherming en de eigen medewerkers. Er zijn veel klachten over de gebrekkige communicatie en terugkoppeling, over de interne afstemming en het volgen van gezinnen, het niet (of pas weken later) reageren op meldingen en over de sterk verslechterde werking van de toegangspoort.
Dit is een zeer ernstige ontwikkeling, vooral omdat het gaat om kwetsbare groepen mensen in moeilijke situaties. Daarnaast is het noodzakelijk dat er zorgvuldig wordt omgegaan met informatie overdracht naar derden over gezinnen, waarvan niet duidelijk is of er kindermishandeling dan wel verwaarlozing heeft plaatsgevonden. Daarnaast worden er bij enkele gevallen diagnoses vastgesteld waarvan de onderbouwing niet volledig is en essentiële informatie ontbreekt bij de rapportage.
De effecten van dit gebrekkig functioneren en de slechte communicatie kunnen grote gevolgen hebben voor gezinnen en voor kinderen in het bijzonder.
Als gemeente maken wij in Provincie Utrecht ook gebruik van de diensten van Veilig Thuis en SAVE, de uitvoerende organisatie die onder Samen Veilig Midden Nederland vallen. Recent zijn er ook verschillende artikelen over het functioneren van Veilig Thuis (in samenwerking met SAVE) in de media verschenen. De links zijn aan deze schriftelijke vragen toegevoegd.. Daarin treft u ook verschillende casussen.
De PvdA maakt zich dan ook grote zorgen over de communicatie en het onvoldoende functioneren sinds de nieuwe inrichting van Veilig Thuis en de Zorg voor Jeugd. Daarom hebben we de volgende vragen aan het college:
1. Is het college het met de PvdA eens dat dit zeer alarmerende berichten en klachten zijn en dat hier op korte termijn iets aan gedaan moet worden? Is het college bereid hierop actie te ondernemen?
2. Hoe kunnen de betrokken organisaties geïnspecteerd worden op de inhoudelijke afwikkeling van casussen, naast de controle op afspraken, regels en beleid? Bent u bereid om steekproeven aan te vragen bij de inspectie?
3. Bij (langer durende) ziekte van medewerkers van Zorg voor Jeugd/Veilig Thuis blijkt het vaak voor te komen dat niemand anders in de organisatie op de hoogte is van meldingen en de situatie van de betreffende gezinnen.
Hierdoor kunnen zaken misgaan. Is het college bereid om in samenwerking met de organisaties aan te sturen op betere communicatie en overleg binnen deze organisaties zodat dit niet meer voor kan komen?
4. Met regelmaat wijzen naar elkaar door zonder dat er vervolgens actie wordt ondernomen. Binnen de organisaties is klaarblijkelijk niet duidelijk wie wat doet en waar de verantwoordelijkheden liggen. Is het college bereid om met de organisaties in overleg te gaan en erop aan te sturen dat dergelijke situaties niet meer voorkomen?
5. Hoe gaat het college ervoor zorgen dat de verantwoordelijkheden, productie- en tijdsafspraken beter gecommuniceerd worden bij de ketenpartners?
6. Bent u ook met PvdA eens, dat ouder(s) pas schuldig bevonden kunnen worden als de schuld bewezen is en niet als ‘verdenking’ is op mishandeling?
7. Wat vindt u ervan dat de IGZ bij een melding direct navraag doet bij Veilig Thuis i.p.v. zelf uit te zoeken of de melding klopt?
8. Er zijn signalen dat ouders onder druk worden gezet door Veilig Thuis om “vrijwillig” mee te werken aan begeleiding door SAVE en dat ze geen klacht moeten indienen om te voorkomen dat ze worden doorverwezen de Raad van Kinderbescherming. Op welke wijze kan de gemeente hierop inspelen? Bent u eventueel bereid om een meldpunt (lokaal of in samenwerking met anderen gemeenten regionaal) in leven te roepen waar anoniem ouders en betrokkenen terecht kunnen?
Hoogachtend,
Adem Baskaya
Fractievoorzitter PvdA Soest